Het afleggen van een proeve van bekwaamheid

Een proeve van bekwaamheid heeft tot doel om vast te kunnen stellen of een student (een deel van) het beroep beheerst waarvoor hij/zij is opgeleid. Bij voorkeur vindt de proeve plaats in een echte (authentieke) beroepssituatie. De student voert tijdens de proeve werkzaamheden uit, maakt keuzes en lost dilemma’s op zoals die in het beroep voorkomen.

Clusius College veehouderij

Soms duurt een proeve een halve dag, soms wel een week. Zo’n lange periode kan nodig zijn om alle werkprocessen te kunnen beoordelen. Tijdens de proeve wordt de student beoordeeld door 2 assessoren (beoordelaars), bij voorkeur één van school en één uit de beroepspraktijk.

De student voert de werkprocessen uit tijdens de proeve. De assessoren beoordelen de uitgevoerde werkprocessen aan de hand van de prestatie-indicatoren die in het beoordelingsformulier staan.

Bij een proeve op niveau 3 en 4 wordt er naast het werken in de praktijk, meestal nog een criteriumgericht interview afgenomen. Dit is een afsluitend gesprek dat de assessoren met de student voeren. In het beoordelingsformulier staat aangegeven welke prestatie-indicatoren besproken worden. Het gaat erom dat de student in het gesprek aantoont dat hij de juiste afwegingen heeft gemaakt bij het uitvoeren van de opdracht.

Het criteriumgericht interview is niet bedoeld als mondeling examen over theoretische kennis of praktische vaardigheid. Deze zijn in het onderwijsproces al getoetst.

Examenleverancier van en voor AOC's

examenstandaard
Menu