Begrippenlijst

De volgende begrippen worden gehanteerd bij de examenproducten voor Model 5 en Model 6. De begrippen met een * zijn alleen van toepassing op Model 6.

Begrippenlijst
assessor Beoordelaar van de proeve van bekwaamheid.
authentieke beroepssituatie Een proeve van bekwaamheid wordt bij voorkeur in een authentieke beroepssituatie afgelegd. Dit betekent dat de examensituatie (zo veel mogelijk) overeenkomt met het beroep waarvoor opgeleid is.
criteriumgericht interview Gesprek tussen assessoren en de examenkandidaat aan het eind van de proeve van bekwaamheid. Het gesprek wordt gevoerd aan de hand van onderwerpen die in het beoordelingsformulier genoemd zijn. Een criteriumgericht interview komt alleen voor bij de proeve van bekwaamheid van niveau 3 en 4. 
examen Het geheel van alle examenonderdelen.
examenonderdeel Een afzonderlijk onderdeel van een examen.
examenplan Overzicht van alle beroepsgerichte examenonderdelen die behoren tot het examen van een kwalificatie. 
examenstandaard De beschrijving van de wijze waarop een examenonderdeel uitgevoerd moet worden; een examenstandaard bevat inhoudelijke eisen, toetstechnische eisen en een beoordelingsformulier. 
examinator* Beoordelaar van examenvormen anders dan de proeve van bekwaamheid. Komt alleen voor bij model 6.
inrichtingsplan Het inrichtingsplan is een formulier waarop het aoc de inrichting van een examenonderdeel voor een bepaalde kandidaat vermeld (tijdstip; plaats, naam assessoren ed). 
kennisexamen* Examen van beperkte omvang waarbij essentiële beroepskennis geëxamineerd wordt. Meestal in de vorm van een digitaal examen met gesloten vragen. Alleen in model 6.
kwalificatie De kwalificatie-eisen van een bepaalde mbo-opleiding zoals beschreven in het kwalificatiedossier; het beschrijft wat een student aan het eind van de betreffende opleiding moet kennen en kunnen als hij/zij op de arbeidsmarkt start.
kwalificatiedossier Een kwalificatiedossier bevat de kwalificatie-eisen voor één of meerdere mbo-opleidingen die aan elkaar gerelateerd zijn. 
kritische beroepssituatie  Bij model 5: de beschrijving van het beroep (het beroepsbeeld) waar de kandidaat aan moet voldoen tijdens de proeve van bekwaamheid. De kandidaat moet kunnen functioneren zoals de beschreven persoon in de kritische beroepssituatie.
Bij model 6: de beschrijving van de opdracht die de kandidaat moet uitvoeren tijdens het examen.
portret voor voldoende* De beschrijving van de norm waar een kandidaat aan moet voldoen om voor een werkproces een voldoende te behalen. Alleen bij model 6.
proeve van bekwaamheid Examenvorm die erop gericht is om vast te stellen of de kandidaat (een deel van) het beroep beheerst waarvoor hij/zij is opgeleid. Een proeve wordt daarom bij voorkeur in een echte (authentieke) beroepscontext uitgevoerd. De kandidaat voert werkzaamheden uit, maakt keuzes en lost dilemma's op zoals die in het beroep voorkomen.
toetstechnische eisen Beschrijving van de wijze waarop een examenonderdeel uitgevoerd moet worden. 
vaardigheidsexamen* Een examenvorm die erop gericht is om specifieke vaardigheden te beoordelen die onvoldoende beoordeeld kunnen worden in een proeve of werkprocesexamen. In een vaardigheidsexamen worden geen werkprocessen beoordeeld, maar vaardigheden die onderliggend zijn aan werkprocessen. Alleen bij model 6.
verantwoordingsdocument* Een document dat de relatie tussen de eisen uit het kwalificatiedossier en de inhoud van de examenonderdelen verantwoordt (= dekking). Alleen bij model 6.
werkprocesexamen* Examenvorm waarbij één of enkele werkprocessen beoordeeld worden, die niet in een proeve van bekwaamheid beoordeeld kunnen worden. Alleen bij model 6.

Examenleverancier van en voor AOC's

examenstandaard
Menu